november 1996
|
REDACTIONEEL
Het zal in het begin van de jaren tachtig zijn geweest dat de bushalte aan de
Veenweg in mijn toenmalige woonplaats Deventer werd verrijkt met een keurige
insteekhaven. Daardoor had het overige verkeer geen last meer van oponthoud
door de bus, want die draaide even van de weg af. Een maand na de oplevering
werd de buslijn verlegd en kwam er geen bus meer over de Veenweg...
Dat was even een voorbeeld van niet‑creatief denken van ambtenaren. De
dienst die een insteekhaven aanlegde, was natuurlijk een andere dan die de
routes van de bussen vaststelde – en die beide diensten wisten niets van
elkaars plannen.
De rest van dit nummer gaat over wel-creatief denken van (post)ambtenaren. Het
uitgiftebeleid van Kirgizië zal bij de lezer direct de schok der herkenning
teweegbrengen. Het doel is eenvoudig: klop de verzamelaar geld uit de zak. En
de middelen zijn vertrouwd: getand en ongetand naast elkaar, veel blokken,
kleine oplagen.
De problemen van de Slowaakse postambtenaren kort na de Eerste Wereldoorlog
lagen op een ander vlak: hoe geef je stempels in een vreemde taal toch een
Slowaaks cachet? En u zult moeten toegeven: ze hebben hun best gedaan en
kwamen met verrassende oplossingen.
Het laatste deel van mijn artikelenreeks over de Oekraïne laat creatieve
oplossingen zien voor een probleem waar niet iedereen evenveel begrip voor kan
opbrengen: hoe verrijk ik mezelf? Want dat Oekraïense postbeambten hebben
meegewerkt aan het produceren van vervalsingen, staat vast, al zal hun aandeel
daarin waarschijnlijk nooit waterdicht komen vast te staan.
Ik wens u veel leesplezier.
Sijtze Reurich
♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦
|