![]() |
Hard tegen hard De datum van het referendum over het Saarstatut werd gesteld op 23 oktober 1955. De West-Europese Unie, die toezicht hield op het referendum, stelde wel als eis dat alle partijen vrijelijk campagne konden voeren. En zo kwamen op 23 juli de verboden pro-Duitse partijen CDU, DSP en DPS ineens bovengronds en konden hun kranten vrijelijk verschijnen. Hun mening over het Saarstatut was uiteraard negatief; Saarland moest gewoon terug naar Duitsland. Op 3 september besloten de drie partijen tot nauwe samenwerking in de Heimatbund. De feitelijke leider van de nee-campagne werd al gauw Heinrich (‘Heini’) Schneider van de DPS (1907-1974), een advocaat en belastingadviseur in Saarbrücken, die zich ontpopte als een goede spreker en slimme propagandist (afbeelding 4). ![]() ■ Afbeelding 4. Brief verstuurd door Heini Schneider De campagne was ongekend hard. Voor- en tegenstanders speelden ongegeneerd op de man in plaats van op de bal. De affiche met de leus ‘Der Dicke muss weg – darum mit der DPS NEIN’ (afbeelding 5) was nog relatief vriendelijk. Er waren ook stickers met ‘Der Dicke will bleiben – damit er sich weiter die Taschen füllen kann!’ De voorstanders van het Saarstatut gedroegen zich al evenmin fijnzinnig. Op een van hun affiches stond een tekening van Heini Schneider in nazi-uniform. Schneider was inderdaad in 1931 lid geworden van de NSDAP, maar in 1937 geroyeerd.2 ![]() ■ Afbeelding 5. Een van de affiches van de ‘Neinsager’ De afbeeldingen 6 t/m 8 geven een goed beeld van de afficheoorlog die aan het referendum vooraf ging. ![]() ■ Afbeelding 6. De DPS viert het feit dat ze weer legaal is ![]() ■ Afbeelding 7. De affiche roept bij de voorstanders van het Saarstatut associaties op met de Tweede Wereldoorlog ![]() ■ Afbeelding 8. De DPS slaat terug; we zien hier Hoffmann en de SPS-politicus Heinz Braun, die in de jaren dertig allebei voor de nazi's waren gevlucht en vanuit het buitenland opriepen tot verzet Uit de affiches blijkt het al: het ging niet alleen maar om het Saarstatut; het referendum was meteen ook een populariteitspoll voor het regime van Hoffmann. Die regering had ook nog de pech dat kort voordat de perscensuur werd opgeheven bekend werd dat de Franse geheime dienst op grote schaal Saarlanders afluisterde. Nu de pers eindelijk vrij was, had ze meteen iets om over te schrijven. Een aparte positie nam de Saarlandse communistische partij in. Die was ook tegen het Saarstatut, maar geen enkele andere partij wilde met de communisten samenwerken. Ze waren wel af en toe goed voor een stunt. Zo lukte het de communistische arbeiders in een luciferfabriek in Saarlouis een paar dagen lang alleen maar lucifersdoosjes te produceren met op het etiket leuzen tegen het Saarstatut. Het Saarstatut zorgde voor verhitte gemoederen in Saarland. Vroegere vrienden praatten niet meer met elkaar; families werden uit elkaar gedreven.3 Er waren tientallen relletjes, waar de politie hardhandig een eind aan maakte. Journalisten droegen een helm met het opschrift ‘Nicht schlagen – Presse’. Noten
|
|||||||||||||||
|