juli/augustus 1990/
september 1990


Litouwen als Sovjetrepubliek
In de loop van 1944 werd Litouwen heroverd door het Rode Leger. Het gevolg was een nieuwe reeks deportaties, waarvan circa 200.000 mensen het slachtoffer werden.
De volgende jaren kenmerkten zich door terreur tegenover het Litouwse volk. De collectivisering van de landbouwgrond werd met geweld doorgezet. Tevens werd de industriële sector, die in de tijd van de onafhankelijkheid wat achtergebleven was, sterk uitgebreid. De partizanenbeweging (de ‘Woudbroeders’) bleef actief, maar na 1956 verliep het verzet.
De katholieke kerk, een brandhaard van tegenstand, werd krachtig aangepakt. Van de drie priesteropleidingen die het onafhankelijke Litouwen kende, bleef alleen het seminarium in Kaunas met een beperkt aantal studenten bestaan. Vele kerken werden onteigend; de kathedraal van Vilnius (afbeeldingen 8 en 68) werd bijvoorbeeld in gebruik genomen als schilderijenmuseum (maar is sinds 1989 weer als kerk in gebruik!). Dat neemt niet weg dat nog altijd een ruime meerderheid van de bevolking praktiserend katholiek is. De ironie van de geschiedenis wil dat een volk dat als een van de laatste in Europa werd gekerstend, zich heeft ontwikkeld tot een steunpilaar van de katholieke kerk.
Na de dood van Stalin in 1953 werd het politieke klimaat wat milder. In Litouwen bleef (anders dan in Estland en Letland) de russificatie beperkt, dankzij de terughoudende politiek van de Litouwse partijleider Antanas Sniečkus (1903-1974), die de vestiging van Russen in Litouwen zoveel mogelijk tegenwerkte. Tegenwoordig bestaat nog tachtig procent van de bevolking uit Litouwers.
De economie van de Sovjet-Unie is altijd een zorgenkindje gebleven. Het was en is moeilijk het aanbod af te stemmen op de vraag en een goed functionerend distributiestelsel op te zetten. Hoewel Litouwen een van de meest welvarende Sovjetrepublieken is, kampt het met dezelfde problemen van schaarste en lage productiviteit als de rest van de Unie. De opbrengsten in de landbouwsector bijvoorbeeld hebben nooit meer het vooroorlogse niveau weten te bereiken.




1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20